Energieleveranciers en de overheid investeren bijkomende miljoenen in het Tijdelijk Noodfonds Energie. Reeds meer dan 85.000 individuen hebben ondersteuning aangevraagd vanwege hun beperkte inkomen en aanzienlijke energiekosten. Dankzij deze extra fondsen kunnen nu meer gezinnen geholpen worden.
Energieleveranciers stoppen extra geld, 8 miljoen euro, in het fonds en de Rijksoverheid voegt daar nog eens 16 miljoen euro aan toe. In totaal is er nu 84 miljoen euro beschikbaar. Dankzij dit extra geld kunnen nog eens 38.000 huishoudens geholpen worden.
Hoewel de energierekening voor veel huishoudens dit jaar lager is dan vorig jaar, zijn er nog steeds gezinnen die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen vanwege hoge energiekosten. Dit kan komen door bijvoorbeeld een slecht geïsoleerde woning en beperkte financiële middelen om dit te verbeteren.
In 2023 werden 53.000 huishoudens ondersteund door het Noodfonds, wat in totaal 43,7 miljoen euro bedroeg. Destijds waren de criteria om in aanmerking te komen voor hulp wat strenger dan dit jaar.
Van de 85.000 aanvragen die zijn ingediend, is inmiddels een kwart afgewezen, vaak omdat het aandeel van het inkomen dat aan energie wordt besteed niet groot genoeg is. De ondersteuning vanuit het Noodfonds wordt verstrekt via de energieleverancier, wat resulteert in een lagere energierekening voor de huishoudens die worden geholpen.
Energie en inkomen
Om in aanmerking te komen voor het Noodfonds, mag een huishouden met één persoon een bruto-inkomen hebben tot maximaal 3.200 euro per maand, en voor samenwonenden geldt een grens van 4.480 euro (inclusief vakantiegeld, exclusief toeslagen).
Als de energierekening meer dan 8 procent (voor zeer lage inkomens) of 10 procent (voor lage inkomens) van het inkomen bedraagt, kan een beroep worden gedaan op het Noodfonds. Het Noodfonds vergoedt dan het bedrag boven deze percentages. Gemiddeld komt dit tot nu toe neer op 105 euro per maand per huishouden.
De overheid is van plan om samen met energieleveranciers te onderzoeken hoe ze lage en middeninkomens op de langere termijn kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld door middel van duurzaamheidsmaatregelen. Dit heeft demissionair minister Carola Schouten (Armoedebeleid) aangekondigd in een brief.